Categorie: Kamerstukken Nederland (page 1 of 6)

Kamervragen over martelingen in Turkije

Op 8 september heeft Sadet Karabulut (SP) schriftelijke vragen gesteld aan de Minister van Buitenlandse Zaken  over martelingen in Turkije:

Vraag 1
Kent u het bericht «Villagers tortured under custody in Kurdish province: report» en bent u bekend met het rapport «Mass torture and ill-treatment in Turkey» ?

Vraag 2
Kunt u bevestigen dat de Turkse autoriteiten zich vorige maand schuldig hebben gemaakt aan marteling van gevangenen in Sapatan, in het zuidoosten van Turkije? Zo nee, wat zijn dan de feiten?

Vraag 3
Herkent u zich in het in het rapport geschetste beeld dat marteling in Turkije sinds de mislukte coup een systematisch karakter heeft gekregen en dat daders steevast vrijuit gaan vanwege een cultuur van straffeloosheid? Zo nee, waarom niet?

Vraag 4
Welke mogelijkheden ziet u voor Nederland en de Europese Unie om de druk richting Turkije op te voeren opdat het land deze wrede mensenrechtenschendingen staakt?

Vraag 5
Bent u bereid er bij de Turkse autoriteiten op aan te dringen dat onafhankelijk onderzoek naar marteling in het land mogelijk wordt, dat bevindingen kunnen worden gepubliceerd en dat mensenrechtenorganisaties toegang krijgen tot detentiecentra waar marteling plaatsvindt? Kunt u uw antwoord toelichten?

 

Bron: www.tweedekamer.nl

Wij publiceren een update zodra de minister de vragen heeft beantwoord.

 

Kamervragen over Turkse luchtaanvallen in Syrië en Irak

Op 30 mei heeft minister Koenders de vragen van Sadet Karabulut (SP) over Turkse luchtaanvallen in Syrië en Irak beantwoord.

Vraag 1
Kent u het bericht ‘Turkse bommen in Irak en Syrië’?

Antwoord
Ja.

Vraag 2
Welk beeld heeft u van de recente Turkse luchtaanvallen op stellingen van Koerdische strijders in zowel Syrië als Irak? Hoeveel stellingen zijn gebombardeerd? Hoeveel doden zijn daarbij gevallen? Zijn er ook burgers omgekomen?

Antwoord
Open bronnen beweren dat meerdere stellingen van Koerdische strijders in noordoost-Syrië en noord-Irak zijn aangevallen. Daarbij zouden twee burgers en enkele tientallen strijders zijn gedood. Nederland beschikt niet over eigenstandige inlichtingen op basis waarvan deze berichten bevestigd of ontkracht kunnen worden.

Vraag 3
Deelt u de opvatting dat Islamitische Staat (IS) baat heeft bij het Turkse militaire optreden aangezien belangrijke tegenstanders van IS zijn aangevallen?

Antwoord
In de strijd tegen ISIS spelen Koerdische strijdkrachten een belangrijke rol. Hoewel het kabinet enerzijds geen eigenstandige informatie heeft waaruit blijkt dat ISIS baat heeft gehad bij deze Turkse aanvallen, kan daarom anderzijds niet worden uitgesloten dat ISIS profiteert van aanvallen op Koerdische strijdkrachten.

Vraag 4
Is het waar dat er geen volkenrechtelijk mandaat is op basis waarvan Turkije militaire operaties uit kan voeren in Syrië en Irak? Zo nee, waarom niet?

Vraag 5
Bent u bereid om, in navolging van andere landen, waaronder de VS en Rusland, het Turkse militaire optreden in beide buurlanden te veroordelen en op te roepen tot terughoudendheid?

Vraag 6
Bent u bereid Turkije te verzoeken in de toekomst af te zien van het uitvoeren van luchtaanvallen op Koerdische strijders in beide buurlanden en het land op te roepen de militaire aanwezigheid in beide buurlanden te beëindigen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 4, 5 en 6
Net als andere landen heeft Turkije het recht op zelfverdediging tegen gewapende aanvallen, dus ook als dergelijke aanvallen worden uitgevoerd door Koerdische strijders. Tegelijkertijd is het kabinet van mening dat Turkije met zijn militaire optreden in de regio de internationale inzet in de strijd tegen ISIS niet dient te bemoeilijken, conform het internationaal recht dient te handelen, en derhalve de beginselen van proportionaliteit in acht dient te nemen. Terughoudendheid van Turkije is daarom gepast.

Bron: https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/kamervragen/detail?id=2017D15215&did=2017D15215

Aanvullende vragen
Op 4 mei stelden de leden Voordewind (ChristenUnie), Van der Staaij (SGP), Ten Broeke (VVD) en De Roon (PVV) aanvullende vragen, welke inmiddels ook zijn beantwoord:

Vraag 1
Bent u op de hoogte van de Turkse aanvallen op Koerdische doelen in Noord-Syrië en Noord-Irak? [1]

Antwoord
Ja.

Vraag 2
Hoe beoordeelt u deze aanvallen, gezien het feit dat de getroffen groeperingen deel uitmaken van de anti-ISIS-coalitie en nauw samenwerken met NAVO-bondgenoot Amerika?

Antwoord
Net als andere landen heeft Turkije het recht op zelfverdediging tegen gewapende aanvallen, dus ook als dergelijke aanvallen worden uitgevoerd door Koerdische strijders. Tegelijkertijd is het kabinet van mening dat Turkije met zijn militaire optreden in de regio de internationale inzet in de strijd tegen ISIS niet dient te bemoeilijken, conform het internationaal recht dient te handelen en derhalve de beginselen van proportionaliteit in acht dient te nemen. Terughoudendheid van Turkije is daarom gepast.

Vraag 3
Zijn er bewijzen voor de Turkse bewering dat het bij de aanvallen ging om PKK-strijders die wapens en explosieven naar Turkije wilden smokkelen?

Antwoord
Het kabinet beschikt niet over bewijzen die bovengenoemde Turkse bewering kunnen bevestigen of ontkrachten.

Vraag 4
Bent u ervan op de hoogte dat organisaties van de Syrische Christelijke minderheid en de Iraakse Yazidi’s sterk geprotesteerd hebben tegen deze bombardementen omdat zij mede-slachtoffer zijn van de Turkse bombarde-menten? [2] Welke informatie heeft u over slachtoffers onder deze groepen?

Antwoord
Open bronnen beweren dat meerdere stellingen in noordoost Syrië en noord Irak zijn aangevallen door Turkije. Daarbij zouden twee burgers en enkele tientallen Koerdische strijders en Yezidi’s zijn gedood. Nederland beschikt niet over eigenstandige inlichtingen op basis waarvan deze berichten bevestigd of ontkracht kunnen worden. Het kabinet heeft uit open bronnen kennisgenomen van het feit dat organisaties van de Syrische Christelijke minderheid en de Iraakse Yezidi’s hebben geprotesteerd tegen deze bombardementen.

Bron: https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/kamervragen/detail?id=2017D15216&did=2017D15216

 

Debat en moties Tweede Kamer na referendum over de invoering van presidentieel systeem in Turkije

Afgelopen woensdag debatteerde de Tweede Kamer over het referendum in Turkije. Dit gebeurde tegelijkertijd met het debat over de informele Europese top van 29 april, die vooral in het teken zal staan van de Brexit. In dit bericht is uiteraard uitsluitend aandacht voor het debat naar aanleiding van het referendum en de brief van de regering die de Kamer over dit onderwerp ontving. Aan het eind van het debat werden verschillende moties ingediend, waarvan vier de volgende dag tijdens stemmingen zijn aangenomen.

Status van Turkije in Europa
De gewijzigde motie van het lid Omtzigt c.s. over de status van Turkije als kandidaat-lidstaat van de EU (21501-20-1223, t.v.v. 21501-20-1205) werd aangenomen. Alleen DENK en PVV stemden tegen. In de motie wordt de regering verzocht er bij de Europese Commissie op aan te dringen op korte termijn het eerder aangekondigde herziene oordeel te presenteren over hoe de te verwachten grondwetswijzigingen en de praktische toepassing ervan zich verhouden tot de status van Turkije als kandidaat-lidstaat van de Europese Unie. Daarnaast wordt de regering gevraagd te beoordelen hoe de grondwetswijzigingen in Turkije en de praktische toepassing ervan zich verhouden tot het lidmaatschap van de Raad van Europa.

Pre-accessiesteun opschorten
De motie-Van Rooijen over het in EU-verband bepleiten om pre-accessiesteun per direct op te schorten (21501-20, nr. 1217) werd ook aangenomen. PvdA en DENK stemden tegen de motie, de overige fracties stemden voor. Over het opschorten van de pre-accessiesteun zijn de Kamer en de regering het volgens minister Koenders van Buitenlandse Zaken overigens al geruime tijd eens, maar is er nauwelijks draagvlak voor in Europa. “Ik ga het opnieuw proberen”, zei de minister woensdagavond, “maar de Kamer moet zich wel realiseren dat niet iedereen altijd dezelfde visie heeft als Nederland.”

Financiering mensenrechten ngo’s
In de de aangenomen motie-Van Ojik/Van den Hul wordt de regering wel verzocht om zich ervoor in te zetten dat bij het eventuele stopzetten van de pre-accessiesteun de financiering van ngo’s voor mensenrechten ten minste op peil blijft (21501-20, nr. 1207). De aanwezige leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, D66, het CDA en de ChristenUnie stemden voor, de overige fracties tegen.

Juridisch kader politieke activiteiten in Nederland
De aangenomen motie-Voordewind (21501-20, nr. 1209) verzoekt de regering, het juridische kader voor het reguleren van politieke activiteiten van vreemdelingen en vertegenwoordigers van buitenlandse mogendheden in Nederland in kaart te (laten) brengen en te onderzoeken of nieuwe objectieve criteria voor die regulering mogelijk zijn. Alleen VVD, PvdA en DENK stemden tegen.

Kamervragen over het bericht dat Berlijn zeer terughoudend is geworden met wapenexport naar Turkije

Update: de antwoorden van de ministers van Buitenlandse Zaken en voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking op  de schriftelijke vragen van Kamerlid Sjoerdsma (D66) over het bericht dat Berlijn zeer terughoudend is geworden met wapenexport naar Turkije:

1
Klopt het bericht dat de Duitse autoriteiten sinds de mislukte staatsgreep in Turkije zeer terughoudend zijn geworden in het afgeven van vergunningen voor wapenexport naar Turkije vanwege het risico dat de Turken wapens kunnen inzetten tegen de eigen burgerbevolking en in het conflict met Koerden in het Zuidoosten van het land? Zo ja, deelt de Nederlandse regering de Duitse afweging om zeer terughoudend te zijn met het verlenen van vergunningen voor wapenexportleveringen aan Turkije en op welke wijze wordt daar invulling aan gegeven?

Antwoord:
Bij de beoordeling van vergunningaanvragen voor de uitvoer van militaire goederen toetsen alle EU-lidstaten deze aanvragen aan de acht criteria van het Gemeenschappelijk Standpunt inzake wapenexport. De toetsing gebeurt op case-by-casebasis, waarbij rekening gehouden wordt met de aard van het goed, het eindgebruik en de eindgebruiker. Aangezien wapenexportcontrole raakt aan nationale veiligheid en dat een nationale bevoegdheid is, is het uiteindelijk aan de EU-lidstaten zelf om al dan niet een vergunning toe te kennen. In hoeverre Duitsland terughoudender is met betrekking tot het afgeven van wapenexportvergunningen aan Turkije is een aangelegenheid van de Duitse exportcontrole-autoriteiten. Vanwege de situatie in zuidoost-Turkije toetst Nederland vergunningaanvragen voor exporten van militaire goederen naar Turkije reeds sinds lange tijd extra kritisch. Daarbij is met name aandacht voor de mensenrechtensituatie (criterium 2) en de interne situatie (criterium 3).

2
Hoeveel vergunningen zijn sinds de mislukte staatsgreep In Turkije door Nederland afgegeven dan wel afgewezen voor wapenexport naar Turkije? Wat voor soort wapenleveringen betreft het die zijn toegestaan dan wel afgewezen, en  welke afwegingen zijn daarbij gemaakt op basis van de Europese criteria voor wapenexport?

Antwoord:
Het kabinet publiceert maandelijks een overzicht van afgegeven vergunningen voor wapenexport. Deze maandrapportages zijn te vinden op de website van de rijksoverheid. In 2016 zijn vier vergunningaanvragen voor wapenexport naar Turkije afgewezen. Daarvan werden twee aanvragen afgewezen na de mislukte staatsgreep in de nacht van 15 op 16 juli 2016. In beide gevallen ging het om onderdelen van gevechtshelikopters. Zoals gesteld in het antwoord op vraag 1 toetst Nederland vergunningaanvragen voor uitvoer van militaire goederen naar Turkije extra kritisch aan de acht criteria van het Gemeenschappelijk Standpunt inzake wapenexport. Daarbij wordt met name gelet op de mensenrechtensituatie (criterium 2) en de interne situatie (criterium 3). Er wordt geen vergunning afgegeven wanneer een aanvraag de toetsing aan deze criteria niet doorstaat. Voor de hierboven genoemde afgewezen vergunningaanvragen geldt dat deze alle vier zijn afgewezen op basis van negatieve toetsing aan het criterium met betrekking tot de interne situatie (criterium 3).

3
Is sinds de mislukte staatsgreep in Turkije in Europees verband gesproken over wapenexport naar Turkije? Zo ja, zijn er meer lidstaten die op dezelfde gronden terughoudend zijn geworden in wapenexportleveringen naar Turkije? Zo ja, welke lidstaten betreft het en in hoeverre worden afwijzingen van leveringen aan Turkije op dit moment ook Europees geregistreerd?

Antwoord:
Ja, sinds de couppoging in Turkije is er in Europees verband gesproken over wapenexport naar Turkije. Het algemene beeld is dat waar EU-lidstaten vergunningen hadden afgewezen, dat niet was gebaseerd op de couppoging van juli 2016, maar op inzetbaarheid van de goederen in de interne strijd in het zuidoosten van Turkije en het Turkse optreden bij politieke demonstraties. EU-lidstaten geven aan de aanvragen voor Turkije strikt en op case-by-casebasis te toetsen. Gezien de vertrouwelijkheid van deze besprekingen kan niet ingegaan worden op de posities van individuele EU-lidstaten. Afwijzingen van vergunningaanvragen voor wapenexport (waaronder die naar Turkije) worden bijgehouden in een vertrouwelijke online EU denial database. Alle EU-lidstaten zijn verplicht afgewezen vergunningaanvragen en de criteria waarop de aanvragen zijn afgewezen te registreren. Nederland hecht veel waarde aan de online database en heeft zich sterk ingezet voor de vorming daarvan.

4
Deelt u de opvatting dat het gezien de toenemende escalaties vanuit Turkije richting Europa belangrijk is dat de Europese lidstaten gezamenlijk eenduidig Europees beleid ten aanzien van Turkije voeren zeker waar het risico’s betreft dat Europese wapens kunnen worden misbruikt voor oneigenlijke doeleinden? Zo ja, op welke wijze pakt u dit op korte termijn op in Europees verband?

Antwoord:
Zoals aangegeven in de kabinetsreactie op de initiatiefnota van de leden Sjoerdsma en Servaes «Wapens en Principes. Ambities voor een geloofwaardig en geharmoniseerd wapenexportbeleid», streeft het kabinet binnen EU-Raadskader naar harmonisatie van het wapenexportbeleid. Tijdens discussies in Europees verband over wapenexport naar Turkije heeft Nederland aangegeven extra kritisch te toetsen op de criteria voor mensenrechten en intern conflict. Nederland riep daarmee andere EU-lidstaten op dit ook te doen. De beslissingen over vergunningaanvragen blijven echter, zoals vermeld in het antwoord op vraag 1, een nationale competentie. Het kabinet is geen voorstander van een unilateraal wapenembargo t.a.v. NAVObondgenoot Turkije. Uit de eerdergenoemde EU-besprekingen is daarnaast duidelijk gebleken dat er geen draagvlak is voor EU-brede wijzigingen in het wapenexportbeleid t.a.v. Turkije.

5
Zijn er buiten de Europese lidstaten ook andere NAVO-bondgenoten die om dezelfde redenen terughoudend zijn geworden in wapenleveringen aan Turkije? Wat betekent de terughoudendheid in wapenexportleveringen aan Turkije voor de relatie met Turkije binnen het NAVO-bondgenootschap?

Antwoord:
Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 1, is het uiteindelijk aan de staten zelf om al dan niet een vergunning toe te kennen. Dit geldt ook voor NAVO-bondgenoten die geen lid zijn van de EU. In hoeverre deze landen terughoudender zijn met betrekking tot het afgeven van wapenexportvergunningen aan Turkije is een aangelegenheid van hun nationale exportcontroleautoriteiten. Het kabinet is van mening van Turkije een belangrijke bondgenoot binnen de NAVO is, mede in het licht van de vele veiligheidsdreigingen aan de zuidflank van het Bondgenootschap. Vraagstukken rondom wapenexportvergunningen hebben geen invloed op de samenwerking met Turkije binnen de NAVO.

Bron: https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/kamervragen/detail?id=2017D09493&did=2017D09493

Kamervragen over berichten over ernstige mensenrechtenschendingen in Koruköy, Turkije

Update: de antwoorden van de Minister van Buitenlandse Zaken (ontvangen 6 april 2017) op de vragen van Harry van Bommel (ingezonden 27 februari 2017) over de berichten over ernstige mensenrechtenschendingen in het dorp Koruköy, Turkije:

Vraag 1 Kent u het bericht «Human rights abuses alleged in southeast Turkey» ?

Antwoord 1 Ja.

Vraag 2 Welk beeld heeft u van de ernstige mensenrechtenschendingen in Korukoy, waarvan de Turkse autoriteiten in het bij vraag 1 genoemde artikel worden beschuldigd? Klopt het dat er een avondklok geldt en bijna niemand het gebied meer in of uit kan? Kunt u uw antwoord toelichten?

Vraag 3 Deelt u de zorgen van Amnesty International over mogelijke schendingen van de mensenrechten in Kurokoy, aangezien hier elders eerder ook al sprake van is geweest, bijvoorbeeld in Cizre? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 2, 3 In Korukoy gold van 11 februari tot 2 maart een uitgaansverbod. Gedurende deze periode konden alleen personen die dringende medische zorg nodig hadden het dorp verlaten. Internet- en telefoonaansluitingen waren gedurende deze periode afgesloten. Volgens de Turkse autoriteiten was er sprake van een operatie gericht tegen PKK-strijders die zich in het dorp zouden bevinden. De Turkse autoriteiten hielden journalisten en mensenrechtenorganisaties tegen die gedurende deze periode probeerden het dorp binnen te komen. Berichten van mensenrechtenorganisaties en Koerdische politici over marteling, moord, vernielde woningen en andere mensenrechtenschendingen zijn reden tot zorg, maar kunnen nog niet worden geverifieerd.

Vraag 4 Bent u bereid om per direct contact op te nemen met uw Turkse collega’s en aan te dringen op het toelaten van onafhankelijke waarnemers en hulpverleners tot het gebied en op een onafhankelijk onderzoek naar de beschuldigingen van mensenrechtenschendingen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 4 Het is te betreuren dat de omstandigheden zodanig waren dat maatregelen als veiligheidszones met een beperking van de mobiliteit nodig zijn geacht. Deze maatregelen belemmeren het dagelijkse leven van burgers in deze gebieden en bemoeilijken hun bewegingsvrijheid. Dat is voor het kabinet reden tot zorg. Het kabinet heeft er al eerder op gewezen dat de maatregelen van de Turkse regering tegen terroristische dreigingen proportioneel moeten zijn.

Bron: https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/kamervragen/detail?id=2017D09238&did=2017D09238

Tweede Kamer roept kabinet op zich in te spannen voor vrijlating van parlementariërs Turkije

Vandaag heeft de nieuw geïnstalleerde Tweede Kamer direct solidariteit getoond met de opgesloten HDP parlementariërs in Turkije. De Tweede Kamer nam een motie aan waarin het kabinet wordt opgeroepen om in EU-verband zich in te spannen voor vrijlating van gekozen parlementariërs in Turkije. Tijdens de stemmingen rondom de geannoteerde agenda van de informele bijeenkomst van de Europese Raad op 24 en 25 maart werd ook een motie aangenomen die oproept dat de EU om openbaarmaking van de CPT rapporten over de Turkse gevangenissen vraagt en bovendien de pre-toetredingssteun voor het gevangeniswezen in Turkije stopzet.

Motie van het lid Karabulut c.s. over zich in EU-verband inspannen voor vrijlating van gekozen parlementariërs in Turkije
(21501-02, nr. 1731)
Aangenomen. De aanwezige leden van de fracties van de VVD, de PVV, het CDA, D66, GroenLinks, de SP, de PvdA, de ChristenUnie, de PvdD, 50PLUS en de SGP hebben voor deze motie gestemd en de aanwezige leden van de overige fracties ertegen.

De motie luidt:
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat gekozen parlementariërs in Turkije worden opgepakt en vervolgd en het de oppositie hierdoor onmogelijk wordt gemaakt haar democratische taken uit te voeren;
veroordeelt deze werkwijze van de Turkse regering en roept het kabinet op in EU-verband zich in te spannen voor vrijlating van gekozen parlementariërs,
en gaat over tot de orde van de dag.
Karabulut

Motie-Omtzigt c.s. over een collectief verzoek om openbaarmaking van de rapporten van het CPT over bezoeken aan Turkse gevangenissen
(21501-02, nr. 1729).
Aangenomen. De aanwezige leden van de fracties van de VVD, de PVV, het CDA, D66, GroenLinks, de SP, de PvdA, de ChristenUnie, de PvdD, 50PLUS, de SGP en Forum voor Democratie hebben voor deze motie gestemd en de aanwezige leden van de fractie van DENK ertegen.

De motie luidt:
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
Constaterende dat Turkije, ondanks herhaalde verzoeken, de rapporten over van het CPT (anti-martel comité van de Raad van Europa) over bezoeken aan Turkse gevangenissen in de zomer van 2016, niet openbaar maakt,
Constaterende dat de Europese Unie nog immer pre-toetredingssteun betaalt aan Turkije voor het gevangeniswezen aldaar, namelijk bijna 2 miljoen euro per maand,
Verzoekt ervoor zorg te dragen dat de EU collectief om deze rapporten verzoekt en dat ze binnen vier weken openbaar worden,
Verzoekt de regering te bewerkstellingen dat de pretoetredingssteun en dan met name die voor gevangenissen onmiddellijk wordt stopgezet,
En gaat over tot de orde van de dag,
Omtzigt

Motie over opschorten export militair materieel aan Turkije afgewezen
De motie-Karabulut over opschorten van de export van militair materieel aan Turkije (21501-02, nr. 1732) werd overigens verworpen. De aanwezige leden van de fracties van de PVV, GroenLinks, de SP, de PvdD, 50PLUS en Forum voor Democratie hebben voor deze motie gestemd en de aanwezige leden van de overige fracties ertegen.

« Oudere berichten

© 2019

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑